Covermodellen

Onze covermodellen voor de lens
Ann Van Elsen

Lezeressen

Onze lezeressen voor de lens
Kelly Pinteño Garcia

"Niks beter dan met de blote handen vechten in een kooi"

22 dec '09 in Actua door RL

Cagefightkoppel Bob Schreiber en Irma Verhoeff

In de P-magazine van deze week vindt u een reportage over cagefighten of MMA: de spectaculairste en sterkst groeiende vechtsport in België.
Op een gala in Amsterdam hadden wij een interview met pioniers Bob Schreiber en Irma Verhoeff.

 

Nee, Bob Schreiber en Irma Verhoeff zijn niet bepaald het doorsneekoppel dat ‘s avonds gezellig de vrienden uitnodigt voor een glaasje bubbels en een spelletje Monopoly. Schreiber is een kale kolos met een stierennek en een boksersneus. Hij heeft de uitstraling en het zelfvertrouwen van een echte killer. Hij toerde jaren lang de wereld rond om te vechten en werkte maar liefst 137 professionele MMA-partijen af. De bonk heeft in zijn leven wellicht meer rake tikken op zijn kop gekregen dan gelijk welke bal in het materiaalhok van FC Roeselare. Vrouwtje Irma is een geblondeerde tijgerin met een piercing in de kin en een blik die los door je heen snijdt. Ook zij heeft een aardig palmares in het kooivechten voor vrouwen. En ze trad ooit in de ring tegen een man. Samen heeft het Nederlandse koppel een MMA-school in Amsterdam. “We hebben van onze hobby ons beroep kunnen maken, het mooiste wat er is.”

 

Irma, vertel eens over jouw partij tegen die mannelijke MMA-vechter.

 

VERHOEFF: “Dat was mijn ultieme wens. Ik had al zoveel gevochten en ook veel gewonnen bij de vrouwen. Ik wilde me eens meten met een mannelijke prof. Het was een berenpartij, echt heel goed. Volgens mijn regels had ik gewonnen, ik had iets meer punten gescoord. Maar ik had dus wel de regels mogen bepalen, omdat het man tegen vrouw was. Daarom hebben ze de partij maar ‘onbeslist‘ verklaard. Misschien maar best ook voor mijn tegenstander Marc Gefferie. Anders had hij naar de maan moeten verhuizen.” (lacht)

SCHREIBER: “Ik had ook een wens: tegen twee man tegelijk vechten. Maar daar heb ik nooit toestemming voor gekregen.”

 

Jullie zijn onlangs allebei gestopt met vechten. Waarom?

 

SCHREIBER: “Mijn lichaam kan het niet meer aan. Ik ben geopereerd aan de rug, mijn knieën zijn kapot. Het is genoeg geweest.”

VERHOEFF: “Bij mij hetzelfde. Ik ben 42. Dat is oud in deze sport. Blessures helen niet meer volledig, je recupereert veel trager.”

 

Moet vechten in je zitten?

 

SCHREIBER: (beslist) “Nee.”

 

Dus het grootste mietje kan een goeie vechter worden?

 

SCHREIBER: “Met de juiste aanpak en de juiste training kan iedereen het leren. Je moet het trapsgewijs opbouwen. Ik probeer nieuwkomers in de eerste plaats het gevoel te geven dat ze hier thuishoren. Wie binnen komt, moet zich hier veilig en vertrouwd voelen. Criminelen en debielen hoef ik niet. Er wordt maar één taal gesproken en dat is Nederlands. Als je een waki-taki-taal spreekt, dan wil je niet bij de groep horen en dan moet je weg. Teamgeest is heel belangrijk. Gelukkig zitten we in een fitnesscentrum, niet in een of andere donkere steeg. We krijgen dus heel normale, sportieve mensen over de vloer. Ik wil die drempel zo laag mogelijk leggen. Er bestaan al genoeg foute vooroordelen over de sport.”

 

Wat doe je met jongens die hier komen trainen om de technieken op straat te gebruiken?

 

SCHREIBER: “Die vliegen eruit, want dat voel ik meteen. Ik heb 24 jaar in het nachtleven aan de deur gestaan en daar heb ik een pak mensenkennis opgedaan. Zet tien mensen op een rij en ik haal de twee klerelijers eruit, zonder dat ze ook maar een woord gezegd hebben. Onze school heeft een schone reputatie en we hechten daar enorm veel belang aan. De schoftjes weten dat ook. Die komen hier niet eens binnen.”

VERHOEFF: “Het gebeurt wel dat er groepjes Marokkanen binnenwaaien. Maar die willen meestal geen les van een vrouw. Als ik sta les te geven, leg ik het ze één keer uit. Negeren ze me, dan kunnen ze oprotten.”

SCHREIBER: “Je hebt wel kerels die zich hier keurig gedragen en keihard trainen, maar daarbuiten toch de debiel uithangen. Ik herinner me een jongen die een gewapende overval had gedaan. Toen hij vrijkwam uit de gevangenis, heb ik hem meteen van mijn school af geschopt. Eén van mijn regels, is: doe jezelf niet aan wat je,zelf niet wil. Nou, die had-ie flink geschonden.”

 

Hebben jullie de vechtkunsten zelf ooit nodig gehad op straat?

 

SCHREIBER: “Ik herhaal: ik heb 24 jaar aan de deur gestaan… Ik ben beschoten, neergestoken, traangas in mijn bek gekregen, gevechten tegen twee man, vijf man, tien man. Ik heb álles meegemaakt.”

VERHOEFF: “We hebben samen vaak rug aan rug gestaan. Dan is het lekker dat je kan vechten. Natuurlijk zeggen we tegen de jongeren van onze school dat ze de technieken niet zomaar op straat moeten gebruiken. Maar als je lastig wordt gevallen, laat je jezelf niet in elkaar pompen.”

SCHREIBER: “Het mooiste aan ons werk zijn kinderen die hier binnenkomen als een musje, en zich ontwikkelen tot een kraai of een raaf. Ze wandelen heel klein naar binnen, kin tegen de borstkas. Ze durven je haast niet aankijken. Die maken wij niet alleen lichamelijk sterker, maar ook geestelijk. Na een jaar lopen ze rechtop en durven ze al eens de gek uithangen. Dat vind ik fantastisch. Daar geniet ik nog meer van dan van een jongen die met onze hulp de top haalt.”

VERHOEFF: “We hebben hier een kerel die zichzelf een ontzettende sukkel vindt. Hij loopt met alles achter en is ook niet moeders mooiste. Maar we besteden aan hem net zoveel aandacht als aan Stefan Struve die in de UFC vecht. Dat merkt die jongen zelf ook. Laatst kwam hij zeggen hoe fijn hij dat vond. Hij zei dat hij veel sterker was geworden in zijn hoofd.”

 

Ik kan me voorstellen dat niet iedereen het prettig vindt dat zijn kind om de haverklap met een blauw oog of gekneusde ribben thuiskomt. Merk je soms dat ouders het vreselijk vinden dat hun kind voor deze harde vechtsport kiest? 

 

SCHREIBER: “Nee, omdat we de ouders er heel snel bij betrekken. Ik wil weten wat er achter het kind zit. We lichten die ouders goed in. Dat zou ik als ouder ook prettig vinden.”

 

Hoe krijg je de schrik eruit bij de beginners? Want ooit moeten ze de ring in.

 

SCHREIBER: “Die schrik verdwijnt door te trainen. We gooien zo’n nieuwkomer niet meteen voor de leeuwen. Je begint met een conditietraining en een beetje stoten op de bokszak. Daarna mag je boksen op het lichaam en een beetje worstelen. En op de duur kom je aan kickboksen en klappen op je kop. Trapsgewijs bouwen we dat op. Op de duur ben je er klaar voor. In die ring behaal je niet alleen een overwinning op je tegenstander, maar ook op jezelf. Want je hebt je eigen angsten overwonnen, je eigen grenzen verlegd. Dat is het allermooiste van de sport. Ik genoot dubbel zo hard van overwinningen waarbij ik zelf ontzettend veel slaag kreeg, maar uiteindelijk toch mijn tegenstander kon verslaan. Dan besef je wat je aankan. Nu, de sport heeft sowieso een enorme evolutie doorgemaakt. Ik heb ooit in een kooi staan vechten met blote handen, zonder regels. Ik vond dat fantastisch, maar het is nu ondenkbaar. Alleen in Rusland doen ze dat nog.”

 

Waarom vond je dat zo geweldig?

 

SCHREIBER: “Dat staat gewoon het dichtst bij de realiteit, bij het échte gevecht. Dat is déthrill, de crème de la crème van de vechtsport. Net zoals een F1-race of de Tour de France.”

 

Maar je slaat wel je kneukels helemaal kapot.

 

SCHREIBER: (droog) “Ach, ik heb toch al verkering.” (grijnst)

 

Nooit schrik gehad dat je iemand zou doodslaan?

 

SCHREIBER: “Nee, want mijn tegenstander maakt dezelfde keuze als ik. Hij traint er heel hard voor en ik ook. We weten allebei welk risico we lopen als we die ring instappen. Maar dat heb je ook als je in een race-auto kruipt of met de fiets een berg afdaalt. Het is gewoon ontzettend leuk om te doen. Bij kooivechten reageert iedereen altijd zo overdreven: ‘Moet je kijken hoe barbaars, ze slaan mekaar tot moes, schandalig’. Ga op een zondagnamiddag maar eens kijken wat er allemaal binnenkomt van het voetbal in de ziekenhuizen. Beenbreuken, gescheurde kruisbanden. En dat mag wel allemaal! Marco Van Basten is ooit door een sliding onderuit gehaald. Die man is invalide voor de rest van zijn leven. Als Ajax en Feyenoord tegen elkaar spelen, slaan de hooligans elkaar dood op de tribune en op straat. Er moeten honderdduizenden euro’s belastinggeld gespendeerd worden aan de politie die er moet staan om de orde te bewaren. Dat vindt iedereen normaal. In plaats van op zondag de debiel staan uit te hangen, kan je beter bij ons in de ring komen staan en trainen voor je sport. Je ziet toch ook hoe gemoedelijk het er hier aan toe gaat? Oké, het is een beenharde sport. Maar er zit een dokter aan de kant. Dat heb je bij Ajax-Feyenoord niet, hoor.”

 

Men zegt altijd dat boksen de zwaarste sport ter wereld is, akkoord?

 

SCHREIBER: “Nee, kooivechten is zwaarder. Je moet veel meer kunnen, het is veelzijdiger. Maar boksen is wel gevaarlijker. Daar krijg je continu stoten op je kop. Je hersenen krijgen veel meer kabaal dan bij MMA. In onze sport krijg je twee stoten en een trap en daarna gaat het naar de grond en lig je te worstelen. Je moet een bokser eens een paar vragen stellen. Dat is net een zeehond op het droge.”

 

Maar hier kan je wel een kniestoot op je voorhoofd krijgen. Dat lijkt me bijzonder gevaarlijk.

 

SCHREIBER: “Valt wel mee, hoor. Een klap op je kop is nooit goed, maar je krijgt eerder een scheur boven je ogen dan hersenschade.”

 

Ben je ooit knock-out gegaan?

 

SCHREIBER: “Eén keer op 137. Daar hoef ik me niet voor te schamen. Het was in een kickbokstoernooi. Toen had ik die avond al twee andere wedstrijden gevochten. Die derde wedstrijd was er net wat te veel aan. 137 partijen vechten is ook gigantisch veel. Ik heb ooit tien partijen in twee maanden gedaan, waarvan twee bare nukkle-toernoois, waar ik tot in de finale geraakte. Dat betekent: drie partijen op een avond met de blote handjes in Rusland. Een week later vocht ik in Amsterdam een kickbokswedstrijd. En de week daarna vloog ik naar Japan voor een MMA-kamp. Dan nam ik een weekendje rust en vocht ik weer een toernooi.”

 

Dat klinkt vrij ziek. Na elke kamp heb je toch overal pijn en blessures?

 

SCHREIBER: “Het is heel onverstandig, ja. Maar ik regelde al mijn zaakjes zelf. Ik ben heel blij dat ik dat gedaan heb, want dat is heel slecht voor jezelf. Ik kan mijn mensen nu behoeden voor de fouten die ik gemaakt heb.”

 



     Mail door                   
Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Log in of registreer indien nodig.